Marloes werkt sinds twee jaar als freelance tekstschrijver en had altijd gezegd dat ze zich geen zorgen maakte over geld. Tot haar grootste klant in februari zonder aankondiging stopte. Haar vaste lasten bleven 3.200 euro per maand: huur van het kantoor aan huis, verzekeringen, software, een deel van de hypotheek en haar pensioen. Zonder inkomen daalde haar rekening in zes weken van 5.000 naar bijna nul. Pas toen realiseerde ze zich hoe weinig ruimte ze eigenlijk had.
Voor iemand met 3.200 euro aan vaste lasten per maand is een buffer van drie tot zes maanden aan uitgaven een verstandige richtlijn. Dat betekent minimaal 9.600 euro en liefst 19.200 euro op een aparte spaarrekening. Zit je in een stabiele branche met veel terugkerende opdrachten, dan kun je dichter bij de drie maanden blijven. Werk je met één of twee grote opdrachtgevers, dan is zes maanden een betere ondergrens, omdat het wegvallen van een klant je hele inkomen raakt.
Het getal van 3.200 euro is alleen het begin van de rekensom, want het gaat om wat je werkelijk nodig hebt om door te kunnen. Tel je privé-uitgaven erbij op, zoals boodschappen, energie en een abonnement of twee, dan kom je al snel op 4.500 tot 5.500 euro per maand. Reken je met 5.600 euro (3.200 plus 2.400 aan privé), dan heb je voor drie maanden 16.800 euro nodig. Dat is een heel ander bedrag dan de 9.600 euro die je krijgt als je alleen naar je zakelijke lasten kijkt. Welk getal telt, hangt af van of je privé en zakelijk gescheiden houdt of alles uit hetzelfde potje betaalt.
Een tweede factor is hoe snel je nieuwe opdrachten kunt vinden. Een freelancer met een goed netwerk en een rijtje trouwe klanten heeft vaak binnen twee maanden een vervanger. Iemand in een kleine niche, of iemand die nog maar een jaar bezig is, moet rekenen op vier tot zes maanden. Voeg daar de betaaltermijn aan toe: factureer je op 30 dagen en wordt er vaak pas na 45 dagen betaald, dan zit je in feite al anderhalve maand achter de feiten aan voordat je een nieuwe klant overhoudt.
Ook de belasting is een aparte pot. Je buffer is niet hetzelfde als je belastingreservering. De btw die je ontvangt en het deel van je winst dat naar de Belastingdienst gaat, mag je niet aanspreken als noodgeld. Zet die bedragen op een tweede rekening en houd de buffer los. Anders denk je dat je 15.000 euro hebt staan, terwijl 4.000 euro daarvan eigenlijk bij de fiscus hoort.
Hoe bouw je zoiets op als je net begint? Begin met één maand aan vaste lasten, dat is 3.200 euro. Leg daarna elke maand 10 procent van je omzet opzij. Bij een gemiddelde omzet van 5.000 euro per maand is dat 500 euro, dus je hebt de eerste maand na ruim 6 maanden bij elkaar en de volle 9.600 euro voor drie maanden na ongeveer 19 maanden. Het is geen sprint. Het gaat erom dat het potje groeit, ook in de maanden dat het tegenzit.
Marloes heeft haar buffer inmiddels herbouwd tot ruim 12.000 euro. Ze heeft twee nieuwe klanten gevonden en een derde die elke maand een vaste opdracht uitzet. Haar belangrijkste les was kort: sparen voor slechte tijden voelt overbodig tot de dag dat je het nodig hebt. Reken daarom vandaag nog uit wat jouw vaste lasten zijn, vermenigvuldig dat met drie, en kijk of je het bedrag al op een aparte rekening hebt staan.